Methode Frank de Bakker

De behandelmethode en filosofie van Frank de Bakker heeft zich ontwikkeld vanuit de grondbeginselen beschreven door A.T. Still. Deze stelde dat vloeistofstromen de drijvende kracht zijn in het functioneren van het menselijk lichaam (zowel metabool, circulatoir als neurogeen). Still besefte dat dit ook een bijzondere kennis over het menselijk lichaam vraagt. Hij beschreef dit als volgt: “Osteopathie is anatomie, anatomie, anatomie”.

Anatomie is de wetenschap die de bouw van de organismen in het lichaam beschrijft: de organen, de spieren, het zenuwstelsel, het skelet, het bloedvatsyteem. Om dit te bekomen is het noodzakelijk om het menselijk lichaam te ontleden, daarom wordt deze wetenschap ook beschreven als de ontleedkunde. Heden ten dage wordt tot de anatomie ook de celbiologie, de weefselleer, de genetica en de embryologie gerekend. 

Ondanks het feit dat aan de embryologie door de klassieke geneeskunde, ten onrechte, weinig aandacht toebedeeld wordt; ligt hierin de inspiratie, fundament en sleutel tot de Methode Frank de Bakker.

Binnen deze methode wordt de embryologie gezien als de “ontleedkunde van de anatomie”. In de embryologie zien we hoe de anatomische structuren, de verschillende organismen, ontstaan. Met andere woorden: in de embryologie wordt de anatomie opnieuw ontleed.

Een stapje verder brengt ons bij de ontogenese (ontwikkelingsfysiologie). Ontogenese is een onderdeel binnen de embryologie waarbij de samenhang van het ontstaan van de verschillende organismen wordt beschreven. M.a.w. welke weefsels en structuren ontstaan er in relatie tot en met andere structuren en weefsels. Hier kan gesteld worden dat ontologie de ontleedkunde is van de embryologie.

Belangrijk is dat de ontogenese ons opnieuw brengt bij het basisprincipe beschreven door A.T. Still, nl. dat vloeistofstromen de drijvende kracht zijn in het functioneren van het menselijk lichaam. Het zijn deze vloeistofstromen die de eerste drijvende en sturende krachten zijn binnen de embryologie: ze geven de aanzet tot stofwisselingsactiviteit en groei. 

(R)evolutionair binnen dit behandelconcept is de aanvulling van het oorspronkelijke gedachtengoed van A.T. Still met een vierde component, namelijk een extra verdieping van de anatomie: de relaties vanuit en met de paleontologie. De evolutie van ongewervelde organismen, de chordaten en de vertebraten.

Vloeistofstromen

Vloeistofstromen vormen de drijvende kracht in het menselijk lichaam en zijn de eerste sturende krachten die aanzet geven tot stofwisseling en groei.

Tijdens de derde week van de zwangerschap ontwikkelt het embryo zich van een tweelagige tot drielagige kiemschijf. Tussen de bovenste laag (ectoderm) en onderste laag (entoderm) ontwikkelt zich een tussenlaag, het mesoderm.

Het is in deze tussenlaag waarin het transport zal plaatsvinden van voedingsstoffen voor de verdere ontwikkeling van het embryo en waarin vloeistofstromen zich gaan manifesteren, dit ter ondersteuning van de groei van het ectoderm (het latere zenuwstelsel) en het entoderm (wat zich ontwikkelt tot oa. de organen van het verteringssysteem, de uro-genitale regio en luchtwegen).

Dankzij deze tussenlaag zien we de start van de enorme ontwikkeling die een embryo gedurende de 9 maanden zwangerschap door maakt. Een ontwikkeling die niet lukraak verloopt maar wel volgens een nauwgezet bouwplan.

Behandelprincipes

Ook na de zwangerschap blijven deze fenomenen aanwezig. Uit het mesoderm ontstaan namelijk het hart en bloedvaten, de botten en beenmerg, onze spieren en vliezen, zoals het buikvlies.

De functie van hart en bloedvaten is algemeen bekend, het zorgt er onder andere voor dat zuurstof en alle belangrijke bouwstenen ter ondersteuning van de stofwisseling onze organen bereiken. O.a. door deze vloeistofstroom blijft onze uitrijping, ontwikkeling, groei en ons functioneren gevoed.

Ook onze spieren en botten zorgen voor deze ondersteuning. Spieren en botten zullen in de eerste plaats functioneren ten dienste van en in functie van onze stofwisseling en vitale functies. Hierdoor ontstaan spierspanningen en totale "spierkettingen" die voor continue beperkingen zorgen in de beweging van onze gewrichten, ook als we in rusttoestand zijn!

Vanuit dit principe is de pijler ontstaan voor het bepalen welke orgaanregio of neurogene structuur specifiek oorzakelijk is voor het lijden van een bepaald gewricht; en bijgevolg onze vloeistofstromen verder kan afremmen, met allerlei klachten tot gevolg (zie indicaties tot behandeling).